There is more to be learned from wearing a dress for a day, than there is from wearing a suit for life.

’ Let bijvoorbeeld eens op de houdinq van de ’normale’ mensen tegenover de transvestieten: over het algemeen zien we dan een reaktie van afkeer, irritatie, schandaal. En lachreakties: het lijkt wel of, net als door de weerkaatsing in een lachspiegel, degene die naar een transvestiet kijkt om de vervorming van zichzelf lacht, in dat absurde beeld herkent hij, zonder het te merken, de absurditeit van zijn eigen beeld en antwoordt daarop door te lachen om het absurde. In feite vertaalt het transvestitisme de tragiek die in de polariteit van de geslachten bestaat naar het komiese toe. Het is niet moeilijk de algemene noemer te vinden die de hele verscheidenheid van houdingen, welke de mensen aannemen tegenover de nichten en in het bijzonder tegenover de transvestieten, met elkaar verbindt: elke reaktie, of het nu om gelach en/of iets anders gaat, drukt slechts in verschillende kwantiteiten en kwalitieve uitingen, het verlangen uit, dat onder een negatief teken naar buiten wordt gericht als agressiviteit en vrees; of beter gezegd, angst. Deze angst zet zich om in gelach dat vaak gepaard gaat met vormen van verbaal en ook fysiek geweld. Door zichzelf en hun eigen geslacht te kleden in de uiterlijke historiese attributen van het ’tegenovergestelde’ geslacht, interpreteren en focussen de transvestieten het absurde dat verbonden is met de scherpe kulturele differentiatie tussen de geslachten en met de ideoloqiese verabsolutering ervan.” (267)

”Wij zullen slechts ’mannen’ of ’vrouwen’ tegenkomen zolang wij ons alleen ’mannen’ of ’vrouwen’ kunnen voorstellen.’ (268)

”De fantasie, de droom, het hermafrodiete ideaal nemen een belangrijk deel van het homo-erotiese bestaansuniversum in beslag. De maatschappij valt het transseksuele of vaag transseksuele in de homoseksualiteit zoals die zich nu voordoet, bijzonder hard aan: de ’mannelijke’ lesbiennes, de nichten, de ’verwijfde’ homoseksuelen worden het meest getroffen door de publieke verachting, door de spot, en worden soms ook bekritiseerd door de reaktionaire homoseksuelen die aangepaster, meer ’straight’ zijn en die juist alles doen om voor ’normaal’ door ’te gaan, ofwel voor heteroseksueel. De reaktionaire homoseksuelen (homoflics) vinden dat de nichterige nichten en de transvestieten ’de homoseksuele wereld, de homoseksualiteit zelf in ieders ogen in diskrediet brengen’; wij nichterige homo’s van onze kant zien in hen nichten die als hetero’s verkleed zijn, ellendige figuren die qedwongen zijn zich te kamoefleren, een ’natuurlijk’ leven te spelen in een rol die hen door het systeem is opgelegd, en met ideologiese argumenten hun houding als instemmende slaven te rechtvaardigen. Zij vragen zich af ’wat de homobeweging wil, waarvoor zij strijdt, gezien het feit dat de maatschappij de ’anderen’ nu aanvaardt. (234)

…’ Des te beter dat er flikkers met een beetje fantasie zijn: wij eisen de vrijheid ons toe te takelen zoals ons dat schikt, om de ene dag te kiezen voor bepaalde kleding en de andere dag voor ambiguë ”(Dubbelzinnige , JK) kleren, om zowel pluimen en dassen te dragen als tijgerpanties en een zuigfles; het metalen beslag, het leer en de zweet van de leather-queen, de bezwete en vette vodden van de havenarbeider of een tulen positiejurk.” (235)

…”In feite zijn volgens ons de normale personen de echte transvestieten: net zoals de absolute heteroseksualiteit die zij ten toon spreiden de polymorfe (veelvormige, JK) en helaas geremde aanleg van hun verlangen maskeert, zo verbergt en verpest de standaard kleding de wonderbaarlijke mens die in hen verdrongen is. Ons transvestitisme wordt veroordeeld, omdat het iedereen de funeste werkelijkheid van het algemene transvestitisme, dat verzwegen moet blijven en stilzwijgend afgedaan moet worden, onder de neus duwt.” (235) ”Wij zijn het zat ons als man te verkleden. De kleren die jullie afdanken, lieve vriendinnen, verbrand die niet, iemand zou er nog iets aan kunnen hebben: wij hebben er altijd van gedroomd. Al enige tijd zouden we bovendien de steden, de buitenwijken, willen uitnodigen voor het grote debutantenbal.” (239)

Homoseksualiteit en bevrijding.

Aan het woord is hier Mario Mieli. ”Ik ben blij een duidelijke, ’vrouwelijke’ nicht te zijn: het lijden dat dit, in deze maatschappij met zich meebrengt, is tegelijk de maatstaf, of zo men wil de spiegel, van de harde en ook breekbare en kostbare schoonheid van mijn leven. Het is een groots lot om met een zuiver geweten een bestaan te bezitten en te proberen te leven, dat de geregelde massa, in zijn idiote verblinding, minacht en probeert te verstikken. Een kameraad van de FHAR (Front Homosexuel d’Action Revolutionair) heeft geschreven: ’Wij eisen onze ’vrouwelijkheid’ op, dezelfde die de vrouwen verwerpen, en verklaren tegelijkertijd dat deze rollen geen enkele zin hebben.” (72)

Mario Mieli, Italiaan, 28 jaar, studeerde filosofie in Milaan. Hij was aktief in de hoogtijdagen van het Londense Gay Liberation Front in 1970-72 en maakte vanaf het begin tot 1974 deel uit van de Italiaanse radikale homobeweging FUORI! Bovenstaande en volgende sitaten zijn afkomstig uit het proefschrift dat hij in 1977 ter afsluiting van zijn filosofie – studie schreef onder de titel Homoseksualiteit en Bevrijding. Onder dezelfde titel is daar nu eindelijk en gelukkig een nederlandse vertaling verschenen. Mieli heeft spesiaal voor die nederlandse vertaling een uitvoerig voorwoord geschreven. Voor mij is dit boek een geweldig geschenk voor de homobeweging. Omdat het jammer genoeg rond de veertig gulden kost (die zelden zo goed besteed zullen zijn overigens) , moet ik afzien van mijn verlangen om het aan iedereen kado te doen!

Lezen is plezier voor twee.

Leden van de Roze Driehoek en geregelde lezers en lezeressen van VERKEERDE KRANT (Mieli richt zich overigens in dit boek bewust hoofdzakelijk op de mannelijke homoseksualiteit, hoewel hij uitvoerig in gaat op de verhouding flikkers-vrouwen en flikkers- potten) zullen veel bekende standpunten en opvattingen tegenkomen. Maar juist daarom, zal de analyse en argumentatie van Mieli voor hen een geweldige stimulans zijn om die daadwerkelijke beleving van die opvattingen met kracht ter hand te nemen en door te zetten. Vooral ook de politieke plaatsing door Mieli van de bevrijding van de homoseksualiteit kan het nivo van de radikale homobeweging met sprongen verhogen. Ik ben Mieli ontzettend dankbaar. Voor hem staat mijn reet open.:

Ik wil het boek met alle kracht die ik heb aanprijzen. Maar ik moet erbij zeggen dat het geen romannetje is dat je op een avond lekker wegleest. Het is een wetenschappelijke studie, hoewel met veel humor geschreven, en ook met veel inbreng vanuit het persoonLijke leven van de flikker die Mario MieLi is. Er staan veel parels van uitspraken in, die je aan de muur zou willen hangen of op stencil ronddelen op straat. Maar bepaalde stukken vooronderstellen kennis van het Marxisties- en het psycho-analyties jargon, zodat je een paar keer je ogen moet dichtknijpen en opnieuw beginnen, en nog eens. Ook is het jammer dat een hoop sitaten onvertaald wordt weergegeven. Velen hebben weliswaar meer of minder kennis van engels, Frans of Duits, maar wie heeft daarnaast ook nog Latijns of Grieks in de binnenzak?

Het best en meest aangename lijkt mij dan ook om het met tvee of meer te bestuderen, in plaats van je te laten afschrikken. Bovendien is het zo hartstochtelijk, zo vol liefde, zo teder, zo van binnenuit het flikkerleven geschreven dat het je keer op keer over de moeilijke woorden heen zal helpen, gretig naar wat verder komt. Althans, zo verging het mij. In de hoop, zoveel mogelijk lezers en lezeressen te prikkelen tot de aanschaf van Homoseksualiteit en Bevrijding zal ik nog wat krenten uit de pap lichten:

”Deze tijden zijn dermate dement..” (19) Allereerst enkele elementen uit Mieli ’s kijk op onze huidige maatschappij en op de toekomst; het zijn maar aanduidingen natuurlijk, in het boek wordt alles uitgebreid beargumenteerd. ”De kapitalistiese produktiewijze, verantwoordelijk voor zoveel rampen, is volkomen irrationeel: zij baseert zich op de konkurrentie en het konflikt tussen de staten en tussen de individuen, en dwingt tot de arbeid. In de arbeid herkent de Macht ook zeker niet het middel waarmee het kollektieve we1zijn verkregen zou kunnen worden:

zij legt het integendeel op om een soort grote hoeveelheden energie uit te zuigen en haar te vervreemden, haar zo onderwerpend aan de onmenselijke wet van het kapitaal: onmenselijk omdat het kapitaa1 – dat toch histories gezien een menselijk produkt is – zich nu volledig geautonomiseerd (verzelfstandigd, JK) heeft. Iedereem die nu een politieke, bestuurlijke of kulturele verplichting nakomt, is nu meer dan eerst een verpersoon1ijking van het Ding (het kapitaa1). De hele ’kultuur’ is kapitalistiese ideologie: en het is tegen haar dat de revolutionaire kritiese theorie zich verzet.” (10/11)

”De noodzakelijke arbeid zou tegenwoordig minimaal zijn. (…) Het kapitaal produceert waren die in heel grote mate nutteloos en schadelijk zijn, en beheerst nu de gehele planeet: alleen de stommelingen hebben nog niet gemerkt dat in de zogenaamde socialistieseof kommunistiese landen de kapitalistiese produktiewijze heerst. De belangen van het kapitaal worden overal met alle macht gesteund ten nadele van dat wat de mensheid ten goede zou komen. (…) De produktiewijze is krankzinnig. Als zij niet tegengehouden wordt, is de vernietiging van de soort onafwendbaar.” (11)

”Het kapitaal heeft de premissen (voorwaarden, JK) tot rijpheid gebracht die noodzake1ijk zijn voor de verwezenlijking van het kommunisme, dat het Rijk der Vrijheid is, vooral als overwinning op de gedwongen arbeid. De machines, produkt van de intelligentsie, kunnen voortaan bijna al het werk van de mens overnemen. (…) Deze overwinning is mogelijk als de soort zich diepqaand en dus eroties bevrijdt: daar de geintrojekteerde onderdrukking of verdringing vooral die van de Eros is. Wie zich niet verzet tegen de hartstocht, en doorgedrongen is in het wonderbaarlijke universum dat voor de meesten onbewust blijft, weet dat de enige, onmetelijke kracht die zich tegen het kapitaal kan verzetten, de liefde is.”(13)

”In dit boek wordt gezegd dat de in de arbeid gebruikte energie gesublimeerde (voor andere doeleinden aangewende, JK) libido is. De Norm heeft er duizenden jaren lang toe gediend de Eros in te perken, door hem in wezen terug te brengen tot heteroseksuele genitaliteit en alle andere komponenten ervan te onderdrukken die zo in de arbeid gesublimeerd werden en worden. Nu de arbeid niet langer nodig is – die toch door het kapitaal wordt opgelegd om de mensheid tot haar juk te dwingen – is de bevrijding van de Eros absoluut onmisbaar om aan de vervreemde arbeid al die energie te onttrekken die er in gekanaliseerd wordt. De walgelijke soort maatschappij waarin wij leven is gebaseerd op de seksuele onderdrukking: een ’klaarblijkelijkheid’ die de meesten nog steeds niet goed onder ogen willen zien. (..) Iedereen beleeft een verminkte seksualiteit, zonder te genieten van het weidse gamma van lusten dat de vrije, polymorfe Eros zou bieden. (..) De liefde toont hoe het kommunistiese ideaal overeenkomt met de diepste waarheid die onderdrukt is: en die dus, verdrongen of latent wanneer zij niet manifest is, in iedere mens bestaat. Het kommunisme is verovering voor het bewustzijn van het onbewuste en het kollektieve onbewuste. (…) Het vrolijke kommunisme is een verbintenis van alle mensen en een harmonieuze verbintenis tussen de natuur en de soort.’ (14/15)

”Tegenwoordig staat het voortduren van het geweld – dat onophoudelijk begaan en geproduceerd wordt door het kapitaal – in verband met de seksuele onderdrukking. In dit boek wordt uitgebreid aangetoond hoe bijvoorbeeld het viriele geweld vaak een ziekelijke reaktie is op het optreden van homo-erotiese impulsen die, gegeven de sociale onderdrukking van de homoseksualiteit, ’onaanvaardbaar’ zijn. (16)

”Het is waar dat de volledige bevrijding van de Eros overeenkomt met het kommunisme: het is dan ook onmogelijk zich het een zonder het ander voor te stellen. Maar het kommunisme houdt eveneens de ontwikkeling in van alle menselijke, intellektuele, wetenschappelijke, artistieke vermogens: het is het Rijk der Liefde, steeds rijker en mooier gemaakt door de positieve sublimatie. De negatieve sublimatie van de libido steunt op het ogenblik de op genocide gerichte produktiewijze; de overwinning op die produktiewijze en de bevrijding van de Eros zullen tenslotte de ontremming begunstigen van de hoogste onderscheidings- en kreatieve vermogens van de mens. Of beter gezegd: van de androgyn, omdat ieder mens dit diep in zich is.’ (16/17)

”Het kommunisme kan alleen door de revolutie geschapen worden, waarvan een van de gevolgen de volledige seksuele ontremming zal zijn. Maar de revolutie wordt in wezen aangezet door de bevrijding van de Eros. De bevrijding is dus oorzaak en gevolg van de revolutie: zij is er de strijdende moeder en de gelukkige dochter van.

…”Verhoudingen tussen personen van verschillend geslacht hebben nu alleen een revolutionaire waarde als ze homo-eroties zijn, als het dus verhoudingen zijn tussen vrouwen en homoseksuele mannen en vooral tussen homoseksuele vrouwen en homoseksuele mannen.” (231)

…”Een vrije man is homoseksueel en houdt van de vrouwen.” (225)

…”Voor het kapitaal is het noodzakelijk dat androgynie en homoseksualiteit onderdrukt blijven. Zolang de homo-erotiek veroordeeld, veracht, bespot, verdrongen wordt, zal de maatschappij haar leden altijd kunnen chanteren, iedereen bedreigend met schande en beledigingen die door zich te bevrijden zou ontdekken homoseksueel te zijn. Uit angst flikker genoemd te worden, doet de laffe burger liever alsof hij een strikt observante heteroseksueel is. Zo heerst het kapitaal over de lafaards. Maar niet over hem die openlijk zegt: ’Ik ben androgyn en een flikker. Ik wil het kommunisme. Ik heb niets te maken met de Macht, de ideologie en de heersende moraal.’” (22)

P.S. Ik heb nu nog niks verteld over Mieli’s analyse van tolerantie en potenrammerij, niets over zijn uiteenzettingen met betrekking tot de lust, niets over stront, niets over de repressieve ontsublimering, niets over zijn kritiek op alle soorten homo’s, ook de radikale, niets over talloze andere onderwerpen die in Homoseksualiteit en Bevrijding aan de orde komen. In wat ik wel heb geschreven heb ik welbewust Mario Mieli zelf aan het woord gelaten in uitvoerige sitaten die ik (voorzien van paginanummer) zodanig achter elkaar heb geplaatst, dat een min of meer samenhangend geheel ontstond. In de verhouding tussen de welaangeduide onderwerpen in deze ’advertentie’ is een grote onevenwichtigheid: Transvestitisme en Kapitalisme hebben in mijn bloemlezing een veel grotere aandacht gekreqen dan de andere onderwerpen. De reden hiervoor is dat het eerste op dit moment een buitengevoon grote rol speelt in het denken en doen binnen de Roze Driehoek, en dat het denken over het tweede in relatie tot homoseksualiteit tot nog toe naar mijn smaak binnen de Roze Driehoek teveel een ondergeschoven kind is geweest. Tenslotte, waar een boek zo nadrukkelijk wordt aanbevolen, mogen de volledige gegevens nodig voor de aanschaf ervan niet ontbreken:

Homoseksualiteit en Bevrijding, door Mario Mieli, nederlandse vertaling Thea Klok, Amsterdam, uitgeverij De Arbeiderspers, Wetenschappelijke Uitgeverij; 1982, ISBN 9062B79799.

Door Joop Keesmaat.
Bron : De Verkeerde Krant, 15 dec. 1982
Beschikbaar gesteld door Yvon

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here