“Mijn man draagt graag vrouwenkleren”
Marjo en Paul waren al jaren samen toen Paul haar opbiechtte dat hij graag vrouwenkleren droeg. Nadat haar eerste schrik was verdwenen, besloot Marjo bij hem te blijven. “Hoe ik het ga doen weet ik niet, maar ik ga hier wel mee door. Ik moét het een plek geven in onze relatie.”

Marjo (39): “Paul en ik waren negen jaar getrouwd toen ik merkte dat hij vaak erg afwezig was. Hij luisterde niet echt, het was net of hij er niet helemaal wás. Ook vond ik hem niet zo betrokken bij de kinderen. Als ik ernaar vroeg, zei hij: “Ik ben gewoon moe.” Maar ik voelde dat er meer aan de hand was, alleen wist ik niet wat. Op een gegeven moment dacht ik: is dit nou mijn huwelijk? Van de buitenkant leek alles prima: we waren een leuk stel, hadden een mooi huis en drie lieve dochters. Maar ik voelde me niet prettig meer in onze relatie.

Moesten we zo verder?

Op een avond keken we samen naar het programma Lief en Leed. Waarin mannen aan het woord kwamen die wel eens als vrouw verkleed op straat liepen. Ik was niet zo geïnteresseerd, maar achteraf bleek dat Paul naast me had zitten trillen op de bank. De avond erna gaf hij aan dat er iets ernstigs aan de hand was, maar verder durfde hij niets te vertellen. Ik schrok enorm, dacht dat hij een ander had. Toen heb ik net zo lang doorgevraagd tot eindelijk het hoge woord eruit kwam: hij had de sterke behoefte om af en toe vrouwenkleren te dragen. Hij was travestiet. Het eerste wat ik dacht was: gelukkig hij heeft geen ander. Maar het opgeluchte gevoel verdween al snel. Want wat moest ik hiermee? Ik associeerde travestie met die extravagante shows die je wel eens op tv ziet, met amusement. Maar dat kon ik helemaal niet rijmen met Paula. We hebben de hele avond en nacht gepraat en gehuild. Hij bleek het al vanaf zijn dertiende te weten, maar had het uit schaamte altijd verdrongen. Wel had hij in de puberteit af en toe stiekem de kleren van zijn moeder aangetrokken. En nu droeg hij soms mijn kleren als ik niet thuis was.

In de loop van de nacht kreeg ik steeds meer het gevoel alsof de poten onder mijn stoel werden weggezaagd. Het was alsof ik in een nachtmerrie terecht was gekomen. Zo van: dit is mijn man, maar het was mijn man niet meer. Ineens zag ik hem met heel andere ogen. Ik was teleurgesteld dat hij blijkbaar zo weinig vertrouwen in me had en het jaren voor me verborgen had gehouden. Maar Paul was ontzettend bang dat hij mij zou verliezen, daarom had hij het nooit durven vertellen. Hij dacht: het gaat wel een keer over. Dat ging het niet. En omdat hij steeds ongelukkiger werd, had hij het uiteindelijk niet meer voor zich kunnen houden. Hij zei tegen me: “Als er een pil zou zijn die mijn behoefte kon wegnemen, dan zou ik hem vandaag nog slikken.” Dat vond ik zo triest om te horen, het gaf aan hoezeer hij er zelf mee worstelde.

Travestie is een niet te negeren behoefte van binnenuit om je als vrouw te verkleden. Die drang zit in Paul en is niet te verklaren. Aanvankelijk was ik heel bang dat hij transseksueel zou zijn ( zich vrouw voelen in een mannenlichaam,red.), maar het heeft bij Paul niets met seksualiteit te maken. Hij is absoluut heteroseksueel en wil mij en de kinderen niet verliezen. In eerste instantie dacht ik: Hoe kan ik bij hem blijven? Maar toen de volgende dag duidelijk werd dat Paul – opgelucht dat het hoge woord eruit was – eindelijk weer betrokken was bij de kinderen, dacht ik: hij is wél de vader van mijn kinderen. En hij is mijn man. Op dat moment besloot ik: hoe ik het ga doen weet ik niet, maar ik ga hier wel mee door, ik moet het een plek geven in onze relatie. Ik wild er keihard voor vechten, dat zit echt in mijn karakter.

We waren allebei enorm eenzaam in de tijd erna. Je kunt elkaar niet helpen, we reageerden er te verschillend op. Ik móest er bijvoorbeeld over praten, dat is mijn manier van verwerken. Het probleem is alleen dat Paul niet zo’n prater is. Hij vond het ook niet fijn dat ik het uiteindelijk aan een vriendin heb verteld. Maar ik stikte er bijna in. Ook heb ik er met de huisarts over gesproken, die ons doorverwees naar een zelfhulporganisatie. De eerste keer dat we daar een dag naartoe gingen, waren we op van de zenuwen. Want bij wat voor mensen kom je daar terecht? Nou het waren allemaal heel gewone stellen, net als wij. En wat zo fijn was, iedereen begreep elkaar. Ik hoefde maar een half woord te zeggen en de anderen wisten al waar ik het over had. Dat was heerlijk.

Bovendien steunde het me enorm dat er vrouwen waren die al veel verder waarin in het proces van acceptatie dan ik. Dat gaf me moed, want die eerste tijd vroeg ik me regelmatig af of het ooit zou lukken om Paul’s travestie een plek te geven. Daarnaast hebben we dat eerste jaar samen gesprekken gehad met een psycholoog. Daar hebben we onder andere geleerd om afspraken met elkaar te maken. Want als Paula in zijn vrouwenkleren beneden wilde zitten moest ik steeds boven blijven om op te letten of de kinderen niet uit bed kwamen. Dat kon natuurlijk niet elke avond. In het begin had hij ook een soort van inhaalslag, dat schijnt vaker voor te komen als je zoiets lang verdrongen hebt. Hij had heel sterk de behoefte om elke avond als vrouw verkleed te zijn en om voortdurend kleren te kopen voor zichzelf. Wat ik moeilijk vond, is dat hij het liefst zijn eigen gang ging, al begreep ik dat dit uit schaamte was. Soms bleef hij onverwachts lang weg, terwijl ik dacht dat hij na een halfuur terug zou zijn. Dan was hij ineens kleding kopen. Naderhand zei hij dan: “Ik hoef toch niet altijd alles te verantwoorden, ik heb toch ook mijn eigen leven?” Terwijl ik het allemaal met hem wilde delen om het zo snel mogelijk te kunnen accepteren. Hoe kon ik er nou vertrouwd mee raken als ik er geen deel van mocht uitmaken? Bovendien werd ik er steeds mee geconfronteerd, want het beïnvloedde ons hele leven. Als hij zich wilde omkleden, moest ik opletten dat de kinderen het niet zagen. Als we samen naar een dag van de zelfhulpgroep gingen moest ik oppas regelen en iets verzinnen waar we zogenaamd naartoe gingen. Ook naar de kinderen toe. Op een gegeven moment was ik al die smoezen zo beu……..

Na een aantal maanden vond ik dat ik Paul een keer moest zien in vrouwenkleren. Dat was schokkend. Er stond een man voor me die eruit wilde zien als een vrouw, maar eigenlijk zag ik gewoon Paul. Er was niets vrouwelijks aan hem. Zijn kleren pasten niet bij zijn figuur, die had hij uit het rwk gegrist en snel afgerekend. Het gekke was: als hij zich dan toch als vrouw kleedde, wilde ik ook dat hij er goed uitzag. Dus heb ik gevraagd of ik hem mocht helpen. We hebben bijvoorbeeld samen een pruik voor hem gekocht. Paul wilde er graag een met lang en blond haar, maar die stond hem absoluut niet. Uiteindelijk is het een pruik geworden die wel goed bij hem past. Ook hebben we pumps maat 44 voor hem gekocht. En ik heb hem geholpen met zich opmaken. Hij heeft toen zijn baard eraf geschoren. Daar had ik het moeilijk mee. Ineens symboliseerde die baard voor mij zijn mannelijkheid. Maar ik zag ook wel dat het geen gezicht was: Paul in vrouwenkleren met make-up en een baard.

Er zit trouwens ook een positieve kant aan het hele verhaal: Paul gaat graag met me winkelen. Laatst had ik nieuwe kleren nodig, en dan snuffelt hij uitgebreid voor mij in de rekken. Terwijl de meeste mannen verveeld bij de uitgang staan te wachten tot hun vrouw klaar is, denkt hij echt mee. Vroeger deed hij dat ook al, maar toen wist ik nog niet dat hij eigenlijk voor zichzelf keek. Hij kwam dan wel eens met kleren aan die niets voor mij waren. We hebben namelijk best een verschillende smaak. Paul kiest graag voor vrouwelijk en netjes, zoals een mantelpak, glimpanty’s en pumps. Mijn stijl is wat sportiever.

Het maken van duidelijke afspraken werkt heel goed. Zo hebben we nu de deal dat Paul elke derde woensdag van de maand naar de travestietensoos gaat, waar hij andere travestieten ontmoet. Op die avond is hij iemand anders. Hij laat zich dan aanspreken met een vrouwennaam, heeft heel vrouwelijke gebaartjes en drinkt nu ineens wijn in plaats van bier. Na zo’n soosavond is hij helemaal ontspannen. Dat maakt ook dat ik zijn geaardheid makkelijker kan accepteren. Hij heeft het nodig, het is een manier van ontladen. Als hij geen uiting kan geven aan zijn behoefte, keert hij steeds meer in zichzelf. Dat merk ik meteen aan hem. Toen ik een keer een weekje op vakantie was, en hij zich dus niet kon verkleden, merkte ik bij terugkomst meteen dat hij heel stil en afwezig was.

Ik heb moeilijke jaren achter de rug. Zat niet lekker in mijn vel, kon bijna geen leuke moeder meer zijn. Maar naar de buitenwereld toe deed ik of alles prima ging. Want wat moest ik zeggen als iemand vroeg wat er was ? Overigens heb ik mijn woede en frustratie nooit naar Paul toe geuit. Ik zag hoe moeilijk hij het er mee had, hij was ook liever geen travestiet geweest. En ik vond het triest dat hij zolang met zijn geheim had gelopen. Bovendien hield ik nog steeds veel van hem en kende onze relatie ook veel goede dingen. Gelukkig zijn er nu steeds meer mensen in onze omgeving die weten dat Paul travestiet is. Paul vind het trouwens nog steeds niet fijn dat ik het er met anderen over heb. Maar het is voor mij een manier om er mee om te gaan en om het probleem begrijpelijk te maken. De steun van de mensen in mijn omgeving betekent heel veel voor mij. Dat respecteert Paul. Ik moet zeggen: iedereen heeft er goed op gereageerd. Niemand heeft een waardeoordeel uitgesproken. Een vriendin van mij heeft Paul zelfs een flesje nagellak voor zijn verjaardag gegeven.

Sinds kort weten onze drie dochters van 13, 10 en 8 het ook. We waren bang dat ze er een keer per ongeluk achter zouden komen. Bovendien voelden Paul en ik ons niet vrij thuis. We konden er niet openlijk over praten en alle kleren moesten altijd worden verstopt. Ik had het gevoel dat ik een dubbel leven leidde in ons eigen huis. Paul heeft het ze zelf verteld. De twee jongsten namen het min of meer voor kennisgeving aan, ze zijn nog te jong om het te begrijpen. De oudste moest er nog erg aan wennen en was een paar dagen erg stil. Maar ze is nog steeds heel loyaal naar Paul toe. Ze heeft een docent op school in vertrouwen genomen, daar kan ze goed mee praten. Ze heeft zelf besloten om het niet aan klasgenootjes te vertellen en daar ben ik eigenlijk wel blij om. Het rare is dat je zo’n dubbele boodschap geeft. Aan de ene kant zeg je: “het geeft niets hoor, dat papa soms in vrouwenkleren loopt. Moet allemaal kunnen.” Maar aan de andere kant zeg je: “vertel het maar niet aan andere mensen.” Het gaat gelukkig goed met onze oudste. Ze wil Paul alleen niet zien in vrouwenkleren en dat hoeft ook niet. Misschien dat zij of één van haar zussen er in de pubertijd nog tegenaan gaat schoppen, maar dat zien we dan wel weer. Paul en ik zijn nu sterk genoeg om dat op te vangen.”

“Het is zeven jaar geleden dat Paul vertelde over zijn geaardheid en ik kan er nu goed mee leven. Ik geniet weer van de kinderen en voel me weer prettig in mijn eigen huis. Onze relatie is er sterker door geworden. Ook op seksueel gebied gaat het prima. Het loopt zelfs beter dan vóór ik wist wat er met hem aan de hand is. Toen voelde ik zo’n afstand dat ik helemaal geen zin had om te vrijen. Maar nu hebben we er allebei weer veel plezier in. Zijn travestie staat in bed niet tussen ons in. Dan is hij echt mijn man. Wel hebben we de afspraak: geen travestie tussen de lakens. Ik wil niet dat Paul in bed een satijnen hemdje gaat dragen.

Het is ook fijn dat onze dochters het nu weten. We kunnen er aan tafel nu gewoon over praten en Paul’s klerenkast hoeft gelukkig niet meer op slot. Ik heb het allemaal een plek kunnen geven. Het heeft ons samen sterk gemaakt, onze relatie kan nu tegen een stootje. Als de basis van ons huwelijk niet zo sterk was geweest, hadden we het niet gered, dat weet ik zeker.”

De namen in dit interview zijn om privacy redenen veranderd.

Voor meer informatie over de zelfhulporganisatie kunt u contact opnemen met Libelle 023-55640000 (op werkdagen van 10 tot 14 uur).

Interview Annemarie van Dijk.

Uit de Libelle nr 32, jaargang 2002

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here