‘Ik ben bigender het is een identiteitskwestie’

Het Genderneutraal Drie jonge bigenders, onder wie de persoon achter de genderneutrale toiletten op het AUC, vertellen wie ze zijn. De hokjes ‘man’ en ‘vrouw’ voldoen niet voor ze. ‘Gender is een spectrum,’ vinden ze. En: ‘Het hebben van een penis of vagina bepaalt je identiteit niet.’

Gender is een spectrum: van mannelijkheid naar vrouwelijkheid.
’ tekst Max Rozenburg foto’s Jan van Breda JORIS GROEN (22). Artikel uit www.folia.nl Amsterdam University College (AUC)
NUMMER 28 · JAARGANG 67 · 11 MEI 2016 · FOLIA.NL ·

folia nummer 28

Joris en Kim verschillen in meer dan enkel hun uiterlijk’

Een baardje van een week, een flinke V-hals die de aandacht vestigt op zijn borsthaar en een stevige handdruk: Joris is een mannelijke man. Maar ook: haar haar in een strakke knot, make-up zoals een vrouw die zich bewust is van haar eigen schoonheid die draagt en een elegant paar hoge hakken: Kim is een vrouwelijke vrouw. ‘Soms ben ik Kim en soms ben ik Joris. Ik voel me comfortabel als beiden en ik wil me ook als beiden comfortabel kunnen voelen.

Ik ben bigender. Concreet betekent het dat ik sommige dagen wakker word als vrouw en sommige dagen als man. Ik ben het allebei: man en vrouw.’ Dat switcht soms met de dag, soms met de week, vertelt Joris. ‘Ik ben op mijn dertiende geïnteresseerd geraakt in vrouwenkleding – toen vooral voor de leuk. Ik vond het er goed uitzien en het zat lekker. In het begin zocht ik daar niet zo veel achter, maar op een gegeven moment besefte ik dat ik me heel fijn voelde als vrouw.’ Dat besef heeft Joris lang voor zichzelf moeten houden: ‘In het begin ging het allemaal in het geheim, op mijn kamer. Ik schaamde me ervoor. Ik heb er lang mee gezeten want mijn familie en vrienden wisten het niet. Heel af en toe ging ik ’s avonds laat toch als vrouw naar buiten – maar dan deed ik er alles aan om de buren te ontlopen. Toen ik in Amsterdam kwam wonen, had ik het gevoel dat ik steeds meer publiekelijk vrouw kon zijn en kort daarna heb ik het ook aan mijn vrienden en familie verteld. Joris en Kim verschillen in meer dan enkel hun uiterlijk. Ik merk het zelf niet zo, maar volgens mijn vriendin zijn er toch kleine nuances te zien. Ze zei bijvoorbeeld laatst dat als we een zielige film zitten te kijken, ik in Joris-modus veel minder meeleef met het verhaal dan in Kim-modus. Ik zit blijkbaar ook anders als Kim: meer met mijn benen over elkaar. Vrouwelijker dus. Nogmaals, ik merk het zelf niet zo – er zit volgens mij veel continuïteit in mijn identiteit, ondanks dat mijn gender van dag tot dag kan verschillen.
’ Sinds Joris in Amsterdam woont gaat hij vaak als Kim naar buiten. ‘Het blijft Amsterdam, dat scheelt een hoop in vergelijking met mijn geboortestad Dordrecht. Ik krijg alsnog soms vervelende reacties en dat vind ik erg jammer, maar ik kan daar heel weinig aan doen. Daarbij: het is ook heel menselijk. Iedereen lacht wel eens om iemand anders. Alsnog, bewaar dat lekker voor thuis en laat iedereen in zijn of haar waarde. Mijn vriendin heeft het wel moeilijker met negatieve reacties, maar ik vermijd het conflict zoveel mogelijk. Ik vind het zonde om mijn energie te verspillen aan mensen die het toch nooit zullen begrijpen. Ik wens ook die mensen veel plezier in het leven en doe ondertussen waar ik me goed bij voel.
’De term bigender is niet zo bekend bij het brede publiek en stuit nogal eens op onbegrip. ‘De term transgender is ondertussen wel ingeburgerd, maar ik ben niet transgender. Ik zou namelijk niet permanent een vrouw willen zijn. Dat kan veranderen, maar ik voel me nu ook nog erg comfortabel als man.’

‘Een jaar geleden besefte ik dat ik geen mannelijke vrouw ben, maar een vrouwelijke man’

LUC VAN DE HORST (22) Anthropology & Political Science

Luc van der Horst komt aangereden op een vrouwenfiets. ‘Fietsen hebben geen gender,’ lacht hij, gracieus van zijn fiets springend. ‘Mijn fiets was goedkoop en had de goede maat. Het is een kwestie van comfort.’ Comfort is ook tijdens de rest van het gesprek een sleutelwoord.

‘Ik voel me comfortabeler als man,’ zegt Luc en voegt daar met een knipoog aan toe: ‘ondanks mijn vrouwenfiets.’ Onze samenleving is gebouwd rond het idee dat je óf man óf vrouw bent en dat er geen andere opties zijn, zegt Luc. ‘Dat is volgens mij een heel simplistische benadering. Gender is een spectrum: van mannelijkheid naar vrouwelijkheid.’ Hij geeft een analogie: ‘Als je iemand vraagt of hij of zij introvert of extrovert is – toch ook een identiteitskwestie – zullen veel mensen antwoorden dat ze een beetje van beide zijn, dat het van de situatie afhangt; dat het niet zo rechtlijnig is en dat het meer een schaal is dan twee binaire noemers. Pas als je mensen echt dwingt tussen een van de twee te kiezen, zullen ze zich als een van beide identificeren. Gender werkt volgens mij hetzelfde.’ Toch is voor de meeste mensen genderidentiteit geen vraagstuk dat veel introspectie vereist. ‘Ik denk dat de meeste mensen voldoende in een van de twee klassieke categorieën passen om met zekerheid te zeggen dat ze man óf vrouw zijn – ik ondertussen ook, ik zit genoeg aan de mannelijke kant van het spectrum om me comfortabel man te noemen. Dat is niet altijd zo geweest.
Ik kreeg na mijn geboorte een vrouwelijk gender toegewezen – zoals men dat zegt in genderspeak – maar ik heb me daar lang oncomfortabel bij gevoeld. Ik ben wel geïnteresseerd in vrouwelijke dingen en heb veel vrouwelijke kwaliteiten. Ik vind vrouwenkledij mooi en ik hou van nagels lakken – en toch noemde ik mezelf nooit comfortabel vrouw.’ De vraag over waar dat discomfort vandaan kwam wordt in eerste instantie beantwoord met een contemplatieve stilte. ‘Ik denk dat het vooral uit mezelf kwam en niet zozeer uit mijn omgeving. Ik kon niet voldoen aan de standaard van vrouwelijkheid zoals ik die voor ogen had. Pas een jaar geleden besefte ik dat ik geen mannelijke vrouw ben, maar een vrouwelijke man.’ Na wat meewarig hoofdschudden zegt hij met een glimlach: ‘Ik kan het je niet aanraden, die genderzoektocht. Het is een vermoeiend proces.’ Luc is niet zijn geboortenaam. ‘En ik ga je ook niet vertellen wat mijn geboortenaam was, dat is niet langer relevant. Ik begon mij op mijn negende al Luc te noemen, lang voordat ik überhaupt stilstond bij het fenomeen gender. In het begin was die naam een bijnaam, maar met de wijsheid van achteraf was die bijnaam een voorbode van wat zou volgen. Ondertussen heet ik niet langer Luc maar ben ik gewoon Luc, en Luc is een biseksuele man. Ik heb een vriendje, maar ik val ook op vrouwen – en ook op mensen die tussen man en vrouw in vallen.’ Hij staat ondertussen op een wachtlijst voor hormonale behandeling. ‘Dan kan ik eindelijk een baard laten groeien – baarden zijn fucking cool. En het zal ook helpen tegen het misgenderen. Ik word nu fiftyfifty met meneer en hij aangesproken, en de andere helft met mevrouw en zij. Ik vind het best vervelend om met mevrouw aangesproken te worden. Ik wil in een wereld leven waarin mensen weten wie ik ben en ik ben een man. Dat ik met hormonen innerlijk en uiterlijk nog meer op één lijn zou staan, daar kijk ik echt naar uit.’

Het hebben van een penis of een vagina is geen identiteit op zich’

A C H T E R G R O N D

Het nieuws dat het Amsterdam University College genderneutrale toiletten zou introduceren stuitte op veel onbegrip. Onbegrip dat volgens de initiatiefnemers vooral voortkwam uit onwetendheid. Voor wie zijn de genderneutrale toiletten bedoeld? En wat is gender eigenlijk? ‘Het idee dat je óf man óf vrouw bent en dat er geen andere opties zijn, is een heel simplistische benadering.
In één opzicht blijkt ons pand hypermodern te zijn: we hebben genderneutrale toiletten. Dat dit heeft te maken met geldgebrek (er hangen namelijk helemaal geen bordjes of aanduidingen) doet even niet ter zake; bij ons zijn mannen, vrouwen en alles daartussenin van harte welkom.

Onlangs ontstond nogal wat ophef toen Folia.nl meldde dat het Amsterdam University College (AUC) de man/vrouwbordjes op de toiletten gaat vervangen door het meer genderneutrale ‘wc’. Het blijft een verwarrende discussie.

Bij mijn grootouders thuis hadden ze volgens mij al een genderneutraal toilet (voor mannen én vrouwen, is nog steeds schering en inslag). Mogelijke problemen werden opgelost door een tegeltje achter de stortpijp met daarop de afbeelding van een olijk kijkende man die zijn brilmontuur optilde. Begeleidende tekst: ‘Heren doe de bril omhoog, dames zitten ook graag droog.’ Nooit klachten, voor zover ik weet.

Volgens de initiatiefnemers van de genderneutrale toiletten op het AUC gaat het echter om een serieus en heikel punt. ‘Nonbinaire mensen worden te vaak aangestaard of zelfs uitgelachen als ze de wc’s binnenkomen.’ En: ‘Toiletten zijn publieke ruimtes, en in een publieke ruimte moet iedereen zich veilig kunnen voelen.’ Ik kan me persoonlijk de laatste keer dat ik bij de toiletten een non-binair persoon heb aangestaard of uitgelachen niet herinneren, maar ze hebben ongetwijfeld een punt. Om dit punt te illustreren, dook onze redacteur Max Rozenburg in de wereld van studerende bigenders, nonbinaries, mannelijke vrouwen en vrouwelijke mannen (zie vanaf pagina 10). Dat levert een fascinerende productie op, niet in het minst door de prachtige foto’s van Jan van Breda. Dat die fascinatie niet alle verwarring.

RUBY DE HART (21) Physics & Environmental Science

Ruby de Hart was de drijvende kracht achter de genderneutrale toiletten op het AUC maar stuitte in die queeste op reacties van onbegrip en spot. ‘Het blijft voor veel mensen een gevoelige kwestie.’ De satirische weblog Geenstijl linkte in een artikel over de AUC-toiletten zelfs direct naar Ruby’s Facebookpagina. ‘Dat vond ik wel te ver gaan. Het werd zo bijna een persoonlijke aanval, wat afdeed aan de potentieel interessante discussie die gevoerd had kunnen worden over gender,’ zegt Ruby daarover. ‘Ik denk dat voor veel mensen gender onbewust een belangrijk onderdeel van hun identiteit is, en dat mensen daardoor moeilijk redelijk kunnen zijn over alles wat ermee te maken heeft,’ stelt Ruby. ‘Een man die trots vasthoudt aan zijn ideaal van mannelijkheid en zijn identiteit heel erg baseert op zijn mannelijkheid, zal het ook lastig vinden om dat fundament van zijn identiteit ter discussie te stellen. Ik verwacht echt niet dat iedereen het eens is met mijn mening over gender, of dat iedereen die wil begrijpen, maar een minimum aan respect zou een discussie over gender een stuk constructiever kunnen maken.
’ Ruby noemt zichzelf non-binary: ‘Dat is een overkoepelende term voor mensen die niet helemaal in het hokje vrouw of het hokje man vallen. Je hebt enorm veel namen voor alle zogeheten tussengenders, maar ik heb het altijd een beetje problematisch gevonden om als tegenreactie op de man-vrouwhokjes meer hokjes daartussenin te bouwen. Mijn uiterlijke aspecten, zoals kleding en haarstijl, zijn een combinatie van wat mensen over het algemeen mannelijk en vrouwelijk zouden noemen.
Maar non-binary is vooral een state of mind waar ik me comfortabel bij voel. Ik had altijd al door dat ik me niet comfortabel voelde in het hokje vrouw. Eerst dacht ik dat dat kwam door mijn seksualiteit – ik val op vrouwen – maar uiteindelijk hebben gender en seksualiteit vrij weinig met elkaar te maken. Sommige heel oppervlakkige eigenschappen van mij zijn vrij mannelijk. De manier waarop ik loop, waarop ik zit, mijn diepe stem. Ik was op de middelbare school druk bezig met de mening die andere mensen daarover hadden. Ik probeerde toen nog “vrouwelijk” over te komen, maar dat ging helemaal niet op een natuurlijke manier.
Ik kan me bijvoorbeeld het kerstgala nog herinneren: terwijl mijn vriendinnen vier uur van tevoren enthousiast bezig waren met hun make-up, hun haar en hun jurk, zat ik vooral enorm tegen dat hele proces op te kijken. Het gevoel dat je iets moet doen wat je niet wilt doen, of dat je iemand moet zijn die je niet wilt zijn, daar word je onzeker van. Toen ik stopte mezelf vrouw te noemen had ik ook niet langer het gevoel dat ik me aan een standaard moest houden waar ik me totaal niet comfortabel bij voelde.’ Ruby heeft ondertussen schijt aan galajurken. ‘Op het eerste AUC-gala ging ik nog in een jurk met hoge hakken. Het tweede gala ging ik in een pak met hoge hakken en dit jaar ging ik gewoon in een pak met platte lakschoenen.’ Ruby lacht: ‘Dat was een mooie geleidelijke overgang. Het is vooral een verademing om me niet langer druk te hoeven maken over of ik al dan niet vrouwelijk ben, en dat ik gewoon kan zijn zoals ik ben. Comfortabel zijn met je identiteit is wat iedereen wil – en het hebben van een penis of een vagina is geen identiteit op zich.’

Bron: artikel uit www.folia.nl Amsterdam University College (AUC)
NUMMER 28 · JAARGANG 67 · 11 MEI 2016 · FOLIA.NL ·

http://www.folia.nl/uploads/Folia%2028%20jaargang%202015%202016.pdf

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here